Vrijeschoolonderwijs

Het idee achter de vrijeschool is dat docenten de pedagogische vrijheid krijgen om hun werkwijze aan het kind aan te passen. Zo kunnen ze een klimaat scheppen waarin de individuele ontplooiing optimaal tot z’n recht komt. Op een vrijeschool wordt net zo hard en grondig geleerd als op andere scholen. Alleen weet niemand precies welke kennis de toekomst van onze kinderen vraagt. Daarom legt het vrijeschoolonderwijs het accent op díe eigenschappen die nodig zijn om jezelf blijvend te ontwikkelen. Uw kind wordt behalve intellectueel ook creatief, ambachtelijk en sociaal uitgedaagd. Wat een evenwichtige vorming van de eigen persoonlijkheid bevordert. Leerstof is daarbij altijd middel en ontwikkeling het doel.

De vrijeschool is ontwikkeld op basis van de inzichten van de Oostenrijkse antroposoof en pedagoog Rudolf Steiner (1861-1925). Hij was nauw betrokken bij de oprichting van de eerste vrijeschool in Stuttgart. Zijn pedagogische en didactische aanwijzingen waren bewust algemeen geformuleerd. Steiner vond dat de geest volledig vrij diende te zijn van (overheids)dwang om tot ontplooiing te komen. Bovendien was hij van mening dat de lesstof aan moest sluiten bij de fase waarin het kind zich bevindt. Hij spoorde leerkrachten dan ook aan om de lessen aan te passen en af te stemmen op de specifieke behoeften van hun leerlingen. Daardoor heeft iedere vrijeschool een eigen identiteit.

Meer informatie vind je op de Wikipedia-pagina.

Neem ook eens een kijkje op de nieuwe website ‘Kiezen voor de Vrijeschool‘ van de Vereniging van vrijescholen.

PEDAGOGIEK

Het woordje “vrij” in de naam vrijeschool slaat niet op het vrij laten van het kind. Er wordt mee bedoeld: de pedagogische visie in vrijheid kunnen realiseren en ontlenen aan wat bij de kinderen aan vragen wordt waargenomen. Centraal staat de persoonlijke ontwikkelingsweg van elk individueel kind. De ontplooiing van zijn sociale, kunstzinnige en ambachtelijke vermogens is daarin even belangrijk als de ontwikkeling van zijn intellect.

De factoren ‘milieu waarin je opgroeit’ en ‘erfelijkheid’ spelen een rol in het leven van een kind. De vrijeschooldocent houdt vooral rekening met het kind zelf, dat niet gezien wordt als een onbeschreven blad, maar als een mens met eigen talent, een eigen voorgeschiedenis en individualiteit. Pedagogie is de kunst van het herkennen wat kinderen aan verborgen strevingen met zich meebrengen en de kunst om een klimaat te scheppen waarin kinderen zich kunnen ontplooien.

Een kind komt op school om bepaalde dingen te leren, zodat hij later goed toegerust zijn plaats in de maatschappij kan vinden. Er valt niet precies te voorzien hoe die maatschappij eruit zal zien en om welke toepasbare kennis wordt gevraagd. Daarom leggen de vrijescholen veel nadruk op eigenschappen die voor de leerling van belang zijn om zich later blijvend te willen en te kunnen ontwikkelen. Het leerplan van de vrijeschool is zo opgebouwd dat alle vakken in hun onderlinge samenhang deze ontwikkeling ondersteunen. Intellectueel, creatief, ambachtelijk en sociaal wordt het kind uitgedaagd om zijn persoonlijkheid te ontplooien. Leerstof is daarbij altijd middel en ontwikkeling het doel.

Natuurlijk krijgen onze leerlingen wiskunde en Nederlands, omgaan met de computer, les in vreemde talen, in aardrijkskunde en geschiedenis, scheikunde en biologie. Hiermee leggen ze een basis voor hun toegang tot hoger- of wetenschappelijk onderwijs en beroepsvoorbereiding. Daarnaast krijgen ze op de vrijescholen een omvangrijk aanbod aan kunstzinnig en ambachtelijk onderwijs. Vakken als schilderen, muziek, toneel, handenarbeid en euritmie (bewegingskunst) zijn niet alleen bedoeld om de creativiteit te stimuleren. Ze dragen ook bij aan een brede en evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling. Of, zoals het ook wel wordt genoemd, aan de ontwikkeling van hoofd (verstand), hart (gevoel) en handen (daad- en scheppingskracht).

Missie van ons onderwijs

In 1919 schreef Rudolf Steiner dat je in het onderwijs niet moet uitgaan van de hedendaagse maatschappij in het bepalen van de lesstof, maar dat je uit zou moeten gaan van wat in de leerlingen ontwikkeld kan worden. Alleen daardoor kan de maatschappij voortdurend vernieuwd worden op basis van de idealen van de opeenvolgende generaties.

Deze zienswijze bevat de kern van de missie van de stichting: leerlingen van twaalf tot negentien jaar zo naar hun volwassenheid toe te begeleiden, dat zij als vrij denkende, voelende en strevende mensen hun eigen maatschappij vorm kunnen gaan geven, op basis van hun eigen idealen. Samengevat: ‘worden wie je bent’.

Visie

Als school willen wij leerlingen van 12 tot 19 jaar naar hun volwassenheid begeleiden. Ons streven is dat ze als vrij denkende en zich vrij voelende mensen hun leven vormgeven. Op basis van hun eigen idealen. Om dit te realiseren bieden we de scholing die ze nodig hebben om een passend diploma te behalen, terwijl we daarnaast zorgen voor veel sociale bagage en een gezond oordeelsvermogen. We willen dat de leerling na afloop terugkijkt op een gelukkige schooltijd waarin hij of zij alle ruimte heeft gekregen (én benut) om zich te ontwikkelen.

Het ideaal is: de leerling verlaat de vrije school met een passend diploma, met veel sociale bagage en een gezond oordeelsvermogen. Daarbij heeft de leerling een gelukkige schooltijd gehad waarin hij gestimuleerd is zijn talenten optimaal te ontplooien. De school heeft aandacht gehad voor de innerlijke ontwikkeling van de leerling. Het gaat daarbij om hoofd, hart en handen. Om dit specifieker te maken:

1. We zijn een inspirerende omgeving

De leerling weet zich geïnspireerd door de leraar en door de schoolomgeving.
De school is een veilige omgeving.
De leerling kan zichzelf zijn.
De leerling voelt zich uitgedaagd het beste in zichzelf naar boven te halen.
De leerling verbindt zich met wat hij leert en doet.

2. We geven Kunstzinnig onderwijs

De leraren geven in hun lessen bewust betekenis aan wat zij doen.
De leraren geven hun lessen zo vorm dat aandacht wordt besteed aan de vraag ‘wat heeft deze leerling, deze klas, nodig om zich verder te ontwikkelen?’
De leraar heeft een voorbeeldfunctie.

3. We stimuleren de wilsontwikkeling

De scholen bieden ambachtelijk onderwijs (denk daarbij aan smeden, tuinonderwijs).
De leerling wordt geconfronteerd met zijn grenzen, zijn weerstanden en zijn antipathieën en moet zich daarmee uiteenzetten.
De leerling leert in figuurlijke zin de handen uit de mouwen te steken.

4. We geven ruimte aan cognitieve ontwikkeling

Kennis vergaren is een belangrijk doel voor elke school.
Leerlingen verlaten de vrijeschool met het bij hen passende diploma.

5. We zijn een ontmoetingsplaats voor het sociale

Door de ontmoeting ontwikkelt de leerling zijn eigen sociale bewustzijn.
Leerlingen helpen elkaar en hebben oog voor wat de ander nodig heeft.

6. We zijn een lerende omgeving

Door voortdurend bezig te zijn met de eigen ontwikkeling, ontwikkelen alle betrokkenen bij de vrijeschool elkaar.
Ook de leraar leert, net als de leerling.

7. We stimuleren het oordeelsvermogen

De leerling wordt aangemoedigd een genuanceerd oordeelsvermogen te ontwikkelen, op basis waarvan hij tot innerlijk vrij en zelfstandig handelen kan komen.